LibreOfficeDev 26.8 Help
Retourneert de tekst die vóór het begin van de opgegeven scheidingsteken-subtekenreeks staat.
TEKST.VOOR(“Tekst”; “Scheidingsteken”(optioneel); Aantal scheidingstekens (optioneel)r; Hoofdlettergevoelig (optioneel); Overeenkomsteinde (optioneel); “Indien niet gevonden”)
Tekst: de originele tekst.
Scheidingsteken: (optioneel) het scheidingsteken. Er kunnen meerdere scheidingstekens worden opgegeven. Indien weggelaten of als lege tekenreeks opgegeven, wordt de foutmelding #N/A of de waarde Indien niet gevonden geretourneerd.
Instantienummer: (optioneel) het aantal instanties van het scheidingsteken vóórdat tekst moet worden geëxtraheerd. De standaardwaarde is 1. Een negatief getal start de zoekopdracht vanaf het einde. Waarde 0 geeft de foutmelding #N/A
Hoofdlettergevoelig: (optioneel) stel in op 1 om een hoofdletterongevoelige match uit te voeren. De standaardwaarde is 0.
Overeenkomsteinde: (optioneel) stel in op 1 om het einde van de tekst als scheidingsteken te beschouwen. De standaardwaarde is 0.
Indien niet gevonden: (optioneel) de waarde die wordt geretourneerd als er geen overeenkomst wordt gevonden. De standaardwaarde is #N/A.
=TEKSTVOOR("To be or not to be";" be";2;0;0;"@@@") Retourneert de tekenreeks "To be or not to", waarbij maximaal de tweede instantie van het scheidingsteken "be" wordt meegenomen.
=TEKST.VOOR("Te zijn of niet te zijn";"vraagteken";1;0;0;"@@@") retourneert de tekst "@@@" omdat het scheidingsteken "vraagteken" niet in de brontekst voorkomt.
COM.MICROSOFT.TEXTBEFORE