Met dynamische matrices is het eenvoudig om met meerdere waarden in één formule te werken. Dit dynamische gedrag houdt in dat het resultaat zich – in tegenstelling tot bij klassieke matrixformules – automatisch aanpast: als de grootte van de invoermatrix of de argumenten van een functie verandert, verandert ook de grootte van de resulterende matrix. Het is niet nodig om de matrixformule opnieuw in te voeren wanneer de invoer- of uitvoergegevens toenemen of afnemen.
Dynamische matrixen worden gevormd door de resultaten van de functies FILTER, ASELECT.MATRIX, REEKS, SORTEREN, SORTEREN.OP, UNIEK, X.ZOEKENen X.VERGELIJKEN.
Deze functies retourneren automatisch een reeks gegevens, zodat u ze niet hoeft in te voeren met de toetscombinatie Ctrl+Shift+Enter.
Er wordt gezegd dat de dynamische matrix in het werkblad 'uitvloeit' (spill) wanneer gegevens worden ingevoegd als resultaat van de bovenstaande functies. U kunt naar de resulterende matrixgegevens verwijzen door de verwijzing naar het eerste element van de resulterende matrix te noteren, gevolgd door het symbool voor het uitvloeibereik: #.

Bereik A2:A11 bevat de brongegevens.
Het bereik B2:B11 is een dynamische matrix die wordt weergegeven als resultaat van de functie SORTEREN. Elke cel in B2:B11 bevat de formule =SORTEREN(A2:A11).
Bereik C2:C11 is een dynamische matrix die via het #-overloopachtervoegsel naar bereik B2:B11 verwijst. Elke cel in bereik C2:C11 bevat de formule =B2#
Cel D2 geeft de verwijzingsfout #VERW! weer, omdat het bereik A2:A11 geen dynamische matrix is.
Bereik E2:E11 is ook een dynamische matrix die verwijst naar een andere dynamische matrix.
If the spill range is blocked by other data, Calc returns the #SPILL! error. After clearing the space for spilling, the formula will automatically spill.