Specificeer eigenschappen voor de geselecteerde afbeelding, frame of OLE-object.
Om toegang te krijgen tot deze functie..
Kies Opmaak - Afbeelding - Eigenschappen, tabblad Opties.
Kies Opmaak - Frame en OLE-object - Eigenschappen, tabblad Opties.
Kies Beeld - Opmaakprofiel - open het contextmenu voor geselecteerd Frame-opmaakprofiel - Nieuw/Opmaakprofiel bewerken - tabblad Opties.
Kies Invoegen - Frame - Frame, tabblad Opties.
Klik met rechts op het geselecteerde object, kies het tabblad Eigenschappen - Opties.
Toegankelijkheid
Naam
Voer een naam voor het geselecteerde item in.
Geef objecten, afbeeldingen of frames een duidelijke naam, zodat u ze later snel in lange documenten kunt vinden.
Tekstvak Naam
Voer een korte beschrijving in van de essentiële details van het geselecteerde object voor een persoon die het object niet kan zien. Deze tekst is beschikbaar voor gebruik door ondersteunende technologieën.
Beschrijving
Voer een langere beschrijving van het object in, vooral als het object te complex is of te veel details bevat om adequaat te worden beschreven in het Tekstvak Naam. Gebruik Beschrijving om aanvullende informatie toe te voegen aan de korte beschrijving in het Tekstvak Naam. Deze tekst is beschikbaar voor gebruik door ondersteunende technologieën.
Voor afbeeldingen worden Tekstvak Naam en Beschrijving geëxporteerd met een geschikte tag in HTML- en PDF-formaat (vergeet niet optie Universele toegankelijkheid (PDF/UA) in het gedeelte Algemeen in het dialoogvenster PDF-opties in te schakelen).
Decoratief
Markeert het item als puur decoratief, geen onderdeel van de documentinhoud en te negeren door hulptechnologieën.
Reeks (alleen frames)
Voorganger
Geeft het frame weer dat vóór het geselecteerde frame komt in een gekoppelde reeks. Selecteer een naam in de lijst om de vorige koppeling toe te voegen of te wijzigen. Als u frames koppelt, moeten het geselecteerde frame en het doelframe leeg zijn.
Opvolger
Geeft het frame weer dat na het geselecteerde frame komt in een gekoppelde volgorde. Selecteer een naam in de lijst om de volgende koppeling toe te voegen of te wijzigen. Als u een koppelingsframe bent, moet het doelframe leeg zijn.
Inhoud uitlijnen (alleen frames)
Verticale uitlijning
Specificeert de verticale uitlijning van de inhoud van het frame. Voornamelijk voor tekst, maar het beïnvloed ook tabellen en andere objecten die verankerd zijn aan het tekstgebied (verankerd als teken, aan teken of aan alinea), bijvoorbeeld frames, afbeeldingen of tekeningen.
Eigenschappen
Specificeert afdruk- en tekstopties voor het geselecteerde item.
Bewerkbaar in alleen-lezen document (alleen frames)
Hier kunt u de inhoud bewerken van een frame in een alleen-lezen document (tegen schrijven beveiligd).
Afdrukken
Neem het geselecteerde item op wanneer u het document afdrukt.
Tekstrichting (alleen frames)
Specificeert de gewenste richting voor het tekstverloop in een frame. Selecteer De instellingen van het hogere object gebruiken in de lijst om de standaardinstellingen voor tekstverloop te gebruiken.