Het resultaat is een matrix waarin elke cel wordt berekend door een formule toe te passen op de overeenkomstige cellen van een of meer invoermatrices.
=MAP(Matrix1 [; Matrix2 [;...]; Formule)
Matrix1 [; Matrix2[;...]: De matrixen die de argumenten voor de formule leveren.
Formule: Een expressie gedefinieerd door een LAMBDA-functie of iets dergelijks, die de gegevens uit de meegeleverde matrix(en) verwerkt. Als er meerdere matrixen worden meegeleverd, worden de bijbehorende cellen als argumenten aan de formule of functie doorgegeven. De formule of functie moet evenveel parameters accepteren als er matrixen zijn. Het moet het laatste argument van de MAP-functie zijn.
Als de matrixen verschillende afmetingen hebben, retourneert de MAP-functie een matrix van de grootte M × N, waarbij M het maximale aantal rijen over alle matrixen is en N het maximale aantal kolommen. Eventuele extra cellen in de resulterende matrix die niet door de formule worden verwerkt, worden gevuld met #N/B.
De formule =MAP(A2:C13;LAMBDA(var;var*3)) retourneert een matrix met dezelfde afmetingen, waarbij elk element van de bronmatrix met 3 wordt vermenigvuldigd.
COM.MICROSOFT.MAP