Slaat het databaseobject op.
Gebruik het pictogram Opslaan op de werkbalk Standaaard om het databaseobject op te slaan. Er verschijnt een dialoogvenster waarin u wordt gevraagd een naam voor het object in te voeren. Als de database schema's ondersteunt, kunt u ook een schemanaam invoeren.
Voer de naam in van het schema dat is toegewezen aan de query of tabelweergave.
Voer de naam in van het databaseobject dat u wilt opslaan.