De LAMBDA-functie maakt het mogelijk om aangepaste functies te creëren, waardoor u herbruikbare formules met verschillende invoerwaarden kunt schrijven. Het ondersteunt ook geavanceerde functies zoals recursie en hogere-orde functies.
=LAMBDA(Parameter 1 [; Parameter 2 [; ... [; Parameter n]...]]; Formule)
Parameter 1: (verplicht) De naam van de eerste parameter van de functie. De naam moet voldoen aan de benamingsregels voor bereiken en mag niet de uitvoer zijn van een referentie of tekstformule. Het bereik van de parameternaam is beperkt tot de LAMBDA-functie.
Parameter 2; ...; n: (optioneel). Aanvullende parameters voor de functie. Dezelfde naamgevingsregels als voorParameter 1 zijn van toepassing.
Formule: een formule-expressie. Deze moet het laatste argument van de functie zijn.
Voor interoperabiliteit met andere kantoorpakketten moet de functie LAMBDA worden ingevoerd als een benoemde formule.
Open het menu .
Wijs een naam toe aan een expressie.
Typ de LAMBDA-functie-expressie in het vak .
Gebruik de benoemde expressie en geef de parameters voor de LAMBDA-functie door.
Wijs de naam MY_MEAN toe als een benoemde expressie.
Voer =LAMBDA(Getal 1;Getal 2;WORTEL(Getal 1*Getal 2)) in het vak in.
Voer, in cel B1, =MY_MEAN(2;3) in.
Cel B1 toont het getal 2,44948974278318, de vierkantswortel van 2 maal 3.
Als u geen naam toekent aan een LAMBDA-expressie, kunt u deze toch gebruiken door de formule in cel A1 te plaatsen en =A1(2;3) in cel B1 in te voeren. De LAMBDA-functie geeft het Griekse teken lambda (λ) weer in cel A1. Dit maakt de formule echter minder leesbaar en leidt tot problemen met de uitwisselbaarheid tussen verschillende kantoorpakketten.
Wijs de naam MY_FACTORIAL toe aan een benoemde expressie.
Voer =LAMBDA(n;IF(n>1;n*MY_FACTORIAL(n-1);1)) in het vak in.
Voer, in cel B1, =MY_FACTORIAL(5) in.
Cel B1 zal 120 weergeven.
Met de functie ISOMITTED kunt u ontbrekende parameters in een LAMBDA-functie afhandelen. Bijvoorbeeld, de LAMBDA-functie met de naam MY_FUNCT:
=LAMBDA(_n1; _n2; IF(ISOMITTED(_n2); "Ontbrekende tweede parameter"; _n1/_n2))
geeft "Ontbrekende tweede parameter" als de LAMBDA-functie wordt aangeroepen als =MY_FUNCT(3;). Opmerking: Het afsluitende scheidingsteken voor argumenten (;) moet in de functieaanroep worden opgenomen.
COM.MICROSOFT.LAMBDA